Menu


Naar de homepage van Alpenroos >>>


    

MIJN VERHAAL

 

Ik ben geboren te Izegem op 23 juli 1943. Dit jaar wordt ik er dus zeventig. Misschien het moment om even achteruit te kijken, om eens mijn verhaal te doen, al is schrijven over jezelf niet bepaald vanzelfsprekend. Ik probeer dit dan ook in alle sereniteit te doen, nederig en dankbaar dat dit alles kon.

Mijn eerste contact met de muziek mocht ik in het vierde leerjaar van de gemeentelijke lagere school - 'Den Tap' - ervaren, waar meester Georges Coucke ons meerdere liederen aanleerde, hoewel meester Georges Buyck van het zesde leerjaar pas echt een zangtalent was. Vanaf het zesde leerjaar werd ik ook misdienaar. Daniël Depape was op dit terrein mijn 'coach'. Hoewel koster Marcel Ampoorter niet enkel de Latijnse, maar evenzeer de Nederlandstalige gezangen in een moeilijk te verstaan taaltje zong, maakte zijn muziek vanaf dit ogenblik wel degelijk een diepe indruk op mij. Naar de muziekschool kon ik toen evenwel niet, want die startte in Ingelmunster pas in 1960, toen ik al vijf jaar college liep in Izegem. En toen mocht het niet meer van mijn ouders. De studies aan het college zouden al zwaar genoeg zijn.


In het Sint-Jozefscollege van Izegem, waar ik de Grieks-Latijnse volgde, kreeg ik de muziekmicrobe eerst echt te pakken, maar, zoals gezegd, de specifieke opleiding moest ik ontberen. Vanaf de zesde Latijnse werd ik er geselecteerd voor het zangkoor, aanvankelijk bij de knapenstemmen, later bij de mannen. Priester Omer Missiaen - Petoetje in het studentenjargon - zette zich als geen ander in om er een waardig koor van te maken. Ik ben die mens ontzettend dankbaar, want hij schonk me de liefde voor de muziek. Dit liet ik hem trouwens in 2012 per brief weten. Uit die tijd stammen mijn eerste 'composities' - die naam in geen geval waardig: frele, zeemzoeterige versjes waar ik al even betekenisloze melodietjes bij schreef. Vanaf de derde Latijnse kregen we muziek (geen notenleer) van wijlen Herman Roelstraete.

Tijdens mijn misdienaarloopbaan ontmoette ik Wilfried Delaere, een jonge man uit onze buurt. Naar het einde der vijftiger jaren toe - van de twintigste eeuw wel te verstaan - richtte hij 'De Pallieters' op, aanvankelijk een cabaretgroep die al vrij vlug evolueerde richting blaaskapel, dit ongetwijfeld onder de invloed van de Izegemse blaaskapellen 'Thoriz', 'Emiz' en 'Edelweiss'. Met 'De Pallieters' had ik persoonlijk niet echt iets te maken, behalve dan de veelvuldige contacten en gesprekken met Wilfried. Hierdoor ontstond in mij de droom om ooit zelf voor een eigen orkest te staan en zo gebeurde het ook. Binnen de katholieke onafhankelijke studentenbond 'Hoger Op' van Ingelmunster rekruteerde ik in de paasvakantie van 1961 - iets later ook buiten de bond - jeugdige muzikantjes en op vrijdag 29 december van hetzelfde jaar was het zo ver: ik stond voor mijn eigen (studenten)orkest 'The Doremi's' én voor het publiek. Een groep studentjes tussen twaalf en vijftien jaar, zo'n tien à vijftien in totaal, al maakten ze niet allemaal deel uit van het eigenlijke orkest. Zelf was ik toen achttien en zo wat complete leek op het vlak van de muziek. Toch schreef ik de eerste simpele drie- tot vierstemmige 'arrangementjes' zelf, al gingen we al snel over tot de aankoop van gedrukte bladmuziek. Als 'zanger' trad ik toen ook een paar keer solistisch op, nu eens humoristisch, dan weer vol ernst. Mijn liederen begeleidde ik op een mandoline die vader en ikzelf ineengeknutseld hebben. Ze hangt nog altijd op een kamer bij ons thuis. Nu meer dan vijftig jaar oud... Een meervoudig souvenir. Eigenlijk was ik op het muzikale vlak toch wel een autodidact. Een groot muzikant ben ik overigens nooit geweest. Mijn gaven lagen meer op hat vlak van organiseren, van leiding geven.

Bij 'The Doremi's' was ik aanvankelijk niet enkel dirigent, maar ook voorzitter, secretaris, penningmeester, schrijnwerker, schilder, duivel-doet-al. Zo maakte ik niet alleen de houten 'pupiters', maar ook de uniformkepies. Moeder zorgde voor het  noodzakelijke stikwerk. (In 1969 naaide ik zelfs eigenhandig de vlag, met uitzondering dan wel van het borduurwerk, waar mijn schoonmoeder voor zorgde). In 1964 scheidden we ons af van de studentenbond omdat heel wat muzikanten de bond waren ontgroeid. Intussen was de naam al gewijzigd in Blaaskapelle ‘Doremis’ om op 11 december 1965 Blaaskapelle ‘Alpenroos’ te worden, gewoon omdat we vonden dat de vlag de lading niet meer dekte. Een paar decennia later - omstreeks september 1990 - werd het tot slot Blaasorkest ‘Alpenroos’. Uit zelfrespect en eergevoel, denk ik.

Hier het wel en wee van 'Alpenroos' verslaan zou te veel plaats innemen en ook een deel naast de kwestie zijn. Dit gebeurde trouwens al via andere publicaties en diverse media, waaronder ons eigen krantje. Toch een drietal mijlpalen. Ten eerste onze deelname op 11 mei 1978 aan de NCRV-Benelux-Blaastest, waar we, na de Belgische schifting gewonnen te hebben, een eervolle derde plaats behaalden in de finale in de Rodahal te Kerkrade. Ten tweede werden we op 5 december 2009 in het Lemmensinstituut ‘Nationaal VLAMO-kampioen in de Bergklasse’. Ten derde vierden we in 2011 op een grandioze manier ons vijftigjarig bestaan en ontvingen daarbij de Koninklijke titel.

Mijn 'carrière' binnen 'Alpenroos is in enkele zinnen samen te vatten. Vanaf de stichting - Pasen 1961 – tot 20 september 1997 was ik voorzitter en de eerste jaren ook wel secretaris, penningmeester en zo meer. Van Pasen 1961 tot april 1964 was ik er de eerste dirigent. Van 1964 tot 1973 blies ik de tweede klarinet, of sloeg ik, ‘bij gebrek aan’, de grote trom. Van 1974 tot 1999 – ik nam toen ontslag als muzikant – nam ik de tweede trombonepartituur voor mijn rekening. Sinds 11 mei 2001 – de viering van het veertigjarige bestaan – ben ik tot op heden erevoorzitter. In december 2001 startte ik ons verenigingsblad op: ‘Bye B.A.I. – Alpensprokkels’. Het verschijnt vijf keer per jaar en ik ben er de hoofdredacteur van. Thans zijn we aan nummer 58.

Intussen was ik in van 1964 tot 1978 spelend lid bij de (ACW-) Harmonie ‘Kunst Veredelt’ van Ingelmunster. Tot 1973 speelde ik er klarinet (in 1964 op een weddenschap aan mezelf geleerd), vanaf 1974 trombone. Bij de Koninklijke ‘Philharmonie’ speelde ik vanaf 1974 een vijftal jaar hun jaarlijks concert mee, zonder dat ik er lid van was. In 1978 heb ik ontslag genomen uit ‘Kunst Veredelt’ omdat ik vond dat ik me als opzichter van de Ingelmunsterse muziekschool maar beter neutraal kon opstellen. Een goede keuze, bleek later.

In 1966 werd ik verkozen tot de eerste voorzitter van de allereerste officiële Gemeentelijke Jeugdraad van Ingelmunster met aanstelling op 22 mei 1966. In 1967 diende ik ontslag te nemen omdat ik niet als kostwinner de verwachte vrijstelling van legerdienst kreeg. Deze liep van 1 september 1966 tot 31 augustus 1967. (In Mechelen was ik er overigens lid van het gerenommeerde koor der Transmissietroepen). Afwezige voorzitter blijven leek me in die omstandigheden zinloos. Vóór mei 1966 was er evenwel al meerdere jaren een Vrije Jeugdraad op vrijwillige basis actief, maar dan zonder duidelijke, afgebakende spelregels. Omstreeks het midden van 1965 startte ik met leden van de toen nog vrije jeugdraad van Ingelmunster een ‘Jeugdzangkoor’ op met de bedoeling op te treden tijdens de ‘Week van de Jeugd 1965’. Hierna gingen we ermee door al kreeg de groep pas een duurzaam karakter in november van hetzelfde jaar. Het koor telde tussen de 20 en 35 leden. Mijn onverwachte legerdienst van 1 september 1966 tot 31 augustus 1967 zorgde ervoor dat alle kooractiviteiten werden opgeschort. Het laatste optreden, naar aanleiding van de 11-juliviering van de ‘Gemeentelijke Jeugdraad’ en in een ferm afgeslankte versie, dateert van 14 juli 1967. Na mijn legerdienst vonden we te weinig mensen bereid om er zinvol mee door te kunnen gaan. Ik dirigeerde dit koor en nam er ook de administratieve taken waar.

Van 1 september 1965 tot 31 augustus 2001 was ik leerlingenbegeleider (studiemeesteropvoeder) en later coördinator van de groep aan het Vrij Technisch Instituut van Roeselare. Op 1 september 2001 ging ik er op TBS en op 1 september 2003 op pensioen. Ook hier was ik muzikaal actief. Op 23 januari 1969 richtte ik er een zangkoor op voor de leerlingen van de hogere graad: Zanggroep ‘Technico’. Het ledenaantal schommelde tussen 25 en 45. In 1970 hielden we er al mee op omdat een groot deel van de leden eveneens deel uitmaakte van de in oktober 1969 opgestarte Jeugdharmonie ‘Vetiro’ en twee verenigingen coachen ook voor mezelf teveel werd. Ik dirigeerde dit koor en nam er ook de administratieve taken waar.

Zoals gezegd richtte ik er in oktober 1969 de Jeugdharmonie ‘Vetiro’ op. Die bestond hoofdzakelijk uit eigen leerlingen, enkele leerkrachten en enkele familieleden van muzikanten. Ooit telde ze – harmonie en drumband samen – tachtig leden. Zelf was ik er niet enkel dirigent, maar ook voorzitter, secretaris, penningmeester… al bestonden die functies eigenlijk niet echt. Op het Jeugdmuziekfestival van Brasschaat werden we in 1972 laureaat van de marsenwedstrijd, goed voor een gouden medaille en het eremetaal vanwege de minister van Nederlandse Cultuur, Dienst voor Volksopleiding. De harmonie werd in 1993 ontbonden omwille van de schaarse belangstelling van de leerlingen – te weinig muzikanten dus – en van de directie.

Zowel voor 'Alpenroos' als voor 'Vetiro' componeerde ik enkele bescheiden werkjes, meestal marsen, waarvan de bekendste ongetwijfeld de 'Brigand-Mars' is. Ook een bewerking van 'Stille Nacht' is van mijn hand.

Het merendeel van die activiteiten vatte ik dus aan als ongeschoolde muzikant, maar op 1september 1973 zou daar verandering in komen. Vanaf die dag was ik tot 31 december 2009 opzichter aan de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord te Izegem, afdeling Ingelmunster (parttime 6/32). Op 1 januari 2010 ging ik er met pensioen. Zelf volgde ik er tegelijk notenleer twee tot en met vier, evenals drie jaar trombone bij Werner Roelstraete. Tijdens mijn periode als opzichter evolueerde de Ingelmunsterse muziekschool van kleinste naar grootste filiaal van de SAMW Izegem, al had uiteraard de immigratie een groot aandeel in dit succes.

Tijdens mijn muzikale loopbaan mocht ik enkele onderscheidingen ontvangen, waaronder diverse Fedekam- en Vlamo-eretekens, maar ook nationale orden. Zo ontving ik in het kader van het vijfentwintigjarige bestaan (1986) bij KB van 22 september 1987 de 'Zilveren Medaille in de Kroonorde' en naar aanleiding van het gouden jubileum (2011) bij KB van 23 februari 2012 (ranginneming op 15 november 2011) de 'Gouden Palmen der Kroonorde'. Voorts werd ik op 17 februari 1990  erelid van het 'Schnathorster Blasorchester' (Hüllhorst, DBR) en op 15 mei 2004 ereburger van Hüllhorst. In 1986 of 87 werd ik 'Ridder in de Brigandsorde' van Ingelmunster die op dit moment vermoedelijk niet meer bestaat.

Naast mijn muzikale bedrijvigheid heb ik ook een en ander bijeengeschreven. Vanaf 1966 tot ongeveer 1970 werkte ik, vooral tijdens mijn legerdienst in Duitsland, aan een boek: ‘Muziekleven in Ingelmunster vanaf 1834’. Van dit werk bestaat er enkel een manuscript. Dit boek zou handelen over alle Ingelmunsterse muziekverenigingen en zangkoren, evenals over de muziekschool. Het werd echter nooit helemaal afgewerkt. Het deel over de Koninklijke ‘Philharmonie’ verscheen wel in afleveringen in ‘De Weekbode’ van toen.

In de negentiger jaren volgde een boek dat al evenmin is afgewerkt: ‘Als denken leven wordt. – Een aanzet tot positief denken en handelen & andere bespiegelingen’. Ook dit werk bestaat alleen in manuscript.

Vanaf mei 1997 tot juni 2001 gaf ik in het Vrij Technisch Instituut van Roeselare een contactblad uit voor de leerlingen van de derde graad, maar ook alle personeelsleden ontvingen er een. Hierin konden de leerlingen voorstellen doen, hun verzuchtingen ventileren en zo meer. De hoofdartikels schreef ik zelf. Later begonnen ook spontaan leerkrachten mee te werken. Titel van het blad: ‘Inspraak’.

Zoals reeds gezegd richtte ik in 2001 het tijdschriftje ‘Bye B.A.I. – Alpensprokkels’ op als lid- en fanblad van Blaasorkest ‘Alpenroos’, waarvan ik tot op heden hoofdredacteur ben.

Ik was eveneens actief als medesamensteller van een reeks citatenboekjes, uitgegeven door ‘Servire’, een deeluitgeverij van ‘Kosmos Z&K Uitgevers’, Utrecht/Antwerpen: ‘Wijsheid’ (2001), ‘Liefde’ (2002), ‘Geluk’ (2002), ‘Troost’ (2003), ‘Vriendschap’ (2003), ‘Trouw’ (2004), ‘Vrijheid’ (2004) en ‘Spiritualiteit’ (2005). In 2007 werden alle boekjes samengebracht in één band met als titel: ‘Het boek van wijze woorden - 1500 spirituele citaten’.

Op het vlak van de amateuristische blaasmuziek ben ik medeauteur van twee  historische werken:

'Ingelmunster - Een kwarteeuw volksmuziek - 1961-1986 - Blaaskapelle Alpenroos 25 jaar jong’ (1986, 72 blz.), Silveer Verscheure & Antoon Vanmeenen. Uitgegeven in eigen beheer door ‘Blaaskapelle Alpenroos’ uit Ingelmunster.

'Hoeksteen van een dorp - Kroniek van een eeuw Koninklijke Fanfare ‘Vrede en Eendracht’ Kachtem - 1905-2005’ (2005, 416 blz.), Rogier Verstraete & Antoon Vanmeenen. Uitgegeven in eigen beheer door de Koninklijke Fanfare ‘Vrede en Eendracht’ uit Kachtem.

In 2011 verscheen mijn fotoboek 'Koninklijk Blaasorkest Alpenroos Ingelmunster -  Gouden Jubileum - 1961-2011' (2011, 120 blz.), Antoon Vanmeenen. Uitgegeven in eigen beheer door 'Blaasorkest Alpenroos', Ingelmunster.

In 2010 verscheen mijn nadenkboek ‘ZO MAAR. Een handvol gedachten over de mens, het leven, de maatschappij’ (2010, 148 blz.), Antoon Vanmeenen. UniBook, uitgegeven in eigen beheer.

In 2012 verscheen het boek 'Mensen om van te houden - Portretten uit mijn loopbaan aan het Vrij Technisch Instituut van Roeselare (1965-2001). (2012, 268 blz.), Antoon Vanmeenen. ShopMyBook (nieuwe benaming voor UniBook), uitgegeven in eigen beheer.

Tot slot schreef ik door de jaren heen ook tal van artikels, interviews, ‘in memoriam’s’, bidprentjes,  reportages, toespraken, gelegenheidsgedichten… Ze verschenen vooral - voor zover ze openbaar werden gemaakt - in de volgende tijdschriften:

'Koerier' en ‘Inspraak’, respectievelijk officieel schoolblad en contactblad voor de leerlingen van de derde graad van het Vrij Technisch Instituut van Roeselare.

'Bye B.A.I. – Alpensprokkels’, leden- en fanblad van Blaasorkest ‘Alpenroos’ uit Ingelmunster.

Vanaf 2005 ook in ‘’t Eendrachterke’, korpsblad van de Koninklijke Fanfare ‘Vrede en Eendracht’ uit Kachtem.

Ik zou het haast vergeten, maar in 1968 zijn we getrouwd. We hebben een dochter en een zoon, evenals vier kleinkinderen waarvan er, helaas en doodjammer, eentje overleden is.

Ik  besef dat het een lang verhaal geworden is, maar ben blij dat het eens allemaal netjes op papier is gezet. Waarom het precies in ons krantje gepubliceerd wordt? Een beetje als verantwoording en dank voor de eer die me naar aanleiding van ons gouden jubileum werd bewezen. Als je iemand eert heb je het recht om te weten waarom je dit precies doet. En ja, ook een beetje omdat ik zeventig ben geworden zeker...

Antoon Vanmeenen